Kort antwoord: ja, de wet is uitgesteld. Nederland heeft de EU-deadline van 7 juni 2026 niet gehaald en mikt op 1 januari 2027. Ondanks de uitstelling werkt de Europese richtlijn in de tussentijd door.
Op 7 juni 2026 verstreek de termijn waarbinnen alle EU-lidstaten de richtlijn loontransparantie in nationale wetgeving hadden moeten omzetten. Nederland was er niet klaar voor en had dat al eerder aangekondigd. De nieuwe beoogde datum is 1 januari 2027. Voor de volledige tijdlijn, zie wanneer gaat de wet loontransparantie in. Dit artikel gaat over hoe je juist van deze tussenperiode gebruikt moet maken.
Waarom Nederland de deadline miste
De wet vraagt van werkgevers ingrijpende aanpassingen in HR-systemen, beloningsstructuren en rapportages. Werkgeversorganisaties gaven richting politiek en beleidsmakers aan dat de termijn in de praktijk niet haalbaar was. Daar kwam bij dat het wetsvoorstel na de internetconsultatie en de toets door de Raad van State op onderdelen is aangepast. Het resultaat: een wetsvoorstel dat pas op 21 mei 2026 bij de Tweede Kamer werd ingediend, ruim te laat om vóór juni door beide Kamers te komen.
Het grijze gebied: wat geldt er nu?
Formeel geldt een Europese richtlijn pas tussen werkgever en werknemer nadat de lidstaat haar heeft omgezet in nationale wetgeving. Tot 1 januari 2027 is een werkgever dus niet direct aan de nieuwe verplichtingen gebonden. Maar de Europese Commissie benadrukt dat lidstaten zich aan de termijn moeten houden, en rechters kunnen in de tussentijd via open normen zoals goed werkgeverschap al aansluiting zoeken bij de richtlijn.
Wat betekent dit dan in de praktijk? Een werknemer die nu een loonverschil aankaart, kan zich nog niet rechtstreeks op de wet beroepen, maar een rechter kan wel toetsen of jij als werkgever hebt gehandeld zoals een goed werkgever betaamt, met de Europese norm als maatstaf. Het bestaande recht op gelijke beloning bestaat bovendien al decennia, en de richtlijn voegt vooral de middelen toe om het af te dwingen.
Drie risico's van afwachten
Reputatie. De discussie over loontransparantie is nu volop gaande. Organisaties die zichtbaar wachten tot het moet, sturen een signaal naar hun medewerkers en naar de arbeidsmarkt.
Data. In de uitwerking van de rapportageplicht wordt rekening gehouden met rapportage over kalenderjaar 2026. De beloningsbeslissingen die je dit jaar neemt, kunnen dus al in de eerste rapportage terechtkomen.
Tijd. Een functiehuis herzien, inschalingscriteria objectiveren en de OR meenemen kost maanden. Dus nu starten is niet veel te vroeg.
Uitstel voelt als ruimte, maar het is vooral een kans om het goed te doen in plaats van snel. Organisaties die deze maanden gebruiken om niet alleen de beloning maar ook de onderliggende patronen te onderzoeken, wie doorstroomt, wie beloond wordt voor onderhandeling, wie in deeltijd blijft hangen, gaat beter 2027 in. Benieuwd hoe jouw organisatie ervoor staat?
Plan een vrijblijvend gesprek →Wat doe je in de tussentijd?
Behandel de richtlijn als geldend recht in wording. Voer de nulmeting uit, breng het functiehuis op orde met de handreiking van SZW en werk de twaalf stappen in eigen tempo af. Wie in september 2026 begint, heeft precies genoeg tijd om zonder haast klaar te zijn.
Bronnen
- Baker Tilly, Wet Loontransparantie uitgelegd: gevolgen en aandachtspunten (juli 2026)
- FME, Wet loontransparantie: actuele stand van zaken en voorbereiding voor HR (juli 2026)
- La Gro Advocaten, Wetsvoorstel loontransparantie: de stand van zaken (juni 2026)
- Richtlijn (EU) 2023/970 inzake loontransparantie, EUR-Lex
- Rijksoverheid, Meer openheid over loonkloof tussen mannen en vrouwen (21 mei 2026)
Loontransparantie is de aanleiding. De werkvloer is de opdracht.
Plan een kennismaking →